HEDEN LUISTEREN NAAR HET VERLEDEN, KRISTALONTVANGERS

 

 Dit artikel heeft al eerder in de NL-Post gestaan en is bewerkt door Nl199/PA0M  

 

HEDEN LUISTEREN NAAR HET VERLEDEN, KRISTALONTVANGERS                          

Luisteren als luister- of zendamateur of niet in het minste als mens naar je medemens is een belangrijk item en zo geeft een ieder op zijn manier een invulling van zijn hobby. We weten allemaal hoe wij aangestoken zijn door dit radio-virus, en hoe wij dit allemaal op onze eigen manier beleven.

De boeken die ik geraadpleegd heb stammen zo’n beetje uit die tijd. Hoewel de eerste experimenten zo’n beetje uit 1864 stammen (Maxwell ) doch de lectuur had ik niet, maar wel uit 1920. Zo zijn enige bronnen; Het nieuwe handboek der radiotechniek ( ir.  Dominicus van de Berg) 1921. Ontvangst en zendschema’s voor den radioamateur (ir. M.Polak ) 1924, Kortegolf ontvangst door ( J.J.Numans ) 1925, Vademecum voor den radioamateur (J. J. Lichtenveld ) 1926 en Elektuur verzamelnummers.

Welnu, iets voor jullie op papier zetten is niet zo’n probleem, of er interesse is wachten we maar af. Alhoewel, de eerste reacties zijn al positief en veel van het materiaal wat benodigd is treffen we meestal wel aan in de junck-box. De rest moet er wel bijgeritseld worden.  Voor mij moet het iets nostalgisch zijn dus oud of ‘looking old’. Zo niet dan maken we het oud met behulp van  hedendaagse hulpmiddelen zoals een gasaansteker of brandertje om hout te verkleuren, beits, schoensmeer en/of antiekwas donkerbruin. Oude beltrafo’s slopen we voor wikkeldraad voor de spoelen. Nog mooier is getwist zijde draad maar dit wordt wel heel moeilijk, maar geeft het mooiste resultaat.

 De onderdelen

De lijst van benodigde onderdelen voor het fabrieken van een inductieve kristalontvanger bevat de volgende opsomming. Een plankje hout van ongeveer 20 x 20 cm, liefst eiken of anders vuren hout wat reststukjes hout om steunen te maken. Wat condensatortjes en een mica condensator of afstemcondensator uit een oude omroepdoos. Wikkeldraad nieuw of uit een oude gesloopte beltransformator. Vliegtuigtriplex of stevig dik karton eventueel dun kunststofplaat (weg nostalgie) voor de spoelvormen. Een zeer hoogohmige koptelefoon minimaal 2000 ohm uit de junck-box of anders nog te verkrijgen bij “de Molen in Enschede”. Je ziet dat je het meeste kun verzamelen op een vlooienmarkt.

De ontvanger wordt een inductieve kristalontvanger, dus we hebben een kristal nodig om het signaal te detecteren , en dat zal het moeilijkste onderdeel worden. Ze zijn wel te koop maar origineel ontzettend duur. (Bestaan ze nog wel origineel) Wie weet heeft u er toevallig nog een ergens liggen uit het kwajongenstijdperk, maar meestal zijn ze weggegooid. Welnu we hebben er toch een nodig dus zijn we genoodzaakt dit ook zelf in elkaar te knutselen (enkele  voorbeeldschetsen van zo’n detector zal ik erbij voegen) Voor wie het allemaal teveel wordt neem dan een germaniumdiode, bijvoorbeeld een AA 119, en het werkt, ook maar is lang niet zo leuk. De liefhebber haalt die diode er later uit. Je kunt ook een replica kopen zoals de Vaam art. nr. 800 Detector die op beurzen nog wel te verkrijgen voor schrik niet zo’n  euro of 20 a 25.

Welnu zul je denken, wat nu als ik zo,n detector zelf wil maken dan heb ik toch wat van dat kristal nodig. Simpel, die zijn te verkrijgen op mineraalbeurzen en anders kan ik er ook wel voor zorgen, want ze zijn nog in ruime mate voorhanden (op de beurzen, niet bij mij). Welnu dan eerst een beschrijving van wat we allemaal overhoop gaan halen.

De inductieve-kristalontvanger is gebaseerd op een L-C kring, een kristaldetector (of germanium-diode), een goede aarde en een goede antenne draad van minimaal 10 meter en als laatste een hoogohmigekoptelefoon. Om alles nog beter te laten werken hoort er een aanpassing bij om de antenne aan te passen dus die is in het schema toegevoegd.

De bouw

We beginnen met het maken van het grondplankje van eiken ( is het mooiste ) doch vuren of grenenhout is ook goed, wat eiken beits en wat was doen de rest. Waarom op hout zul je zeggen, welnu in den beginne was er alleen maar hout want kunststoffen moesten nog uitgevonden worden zoals eboniet(hardrubber) en pertinax. Het kan wel maar blikt toch niet zo nostalgisch als hout.

Wat betreft de spoelen die maken we op vormen van hardkarton of vliegtuigtriplex wat we volgens tekening in vorm maken en dan afwerken zoals de grondplaat met beits en donkere was. Tekening en uitvoering van spoel zijn beschikbaar.

Wat betreft de spoelen die maken we volgens een oude techniek als een vlakke honingraatspoel. Het verdient de uitdrukking niet want de Q is veel beter dan een honingraatspoel omdat er minder capaciteit tussen de windingen zit dan de gewone honingraatspoel. We kunnen het zelfs nog meer verbeteren door getwist omsponnen zijdedraad te gebruiken maar dit is heel lastig te verkrijgen.

De tekening geeft de maten aan voor spoel L1 en L2 en L3, vergeet niet de gaatjes te boren voor de uitlopers van de wikkelingen en de bevestigingsschroefjes .

Spoel L 1 en L3 bewikkelen we met 80 windingen in de richting van de pijl met om de 10 windingen een aftakking van ongeveer 10 cm, dit is om later de uitlopers op het plankje te kunnen bevestigen, draaddiameter circa 0,3 a 0,4 mm2. Let er op dat er mooi strak gewikkeld wordt en dat de windingen goed zig-zag gelegd worden. Spoel L2 krijgt 16 windingen met een begin en een eind uitloper van 10 cm. Spoel L1 wordt met een stukje hout op het plankje gemonteerd en voor de spoel worden 9 koperen spijkertjes op een rechte lijn getikt waar de uitlopers op volgorde van bewikkelen op vast gesoldeerd worden. Dit gebeurd voor wie er geen ervaring mee heeft als volgt. Elke aftakking komt als dubbele draad uit de spoel, deze draaien we met een boormachine of met de hand in elkaar (twisten). De einden worden goed schoon gekrabd en vertint en vervolgens op het corresponderende spijkertje gesoldeerd (mag ook schroefje zijn).

Spoel LI is de antenneaanpassing. Spoel L3 wordt exact als spoel L1 gemonteerd maar wel haaks erop, ze mogen elkaar (niet zien ) verder is de montage als L1.

Spoel L2 wordt parallel aan L3 gemonteerd met dien verstande dat de spoel scharnierbaar moet worden opgesteld om variabel te kunnen koppelen met L3. Kijk ook goed naar het schema en houd de aansluitingen van de spoelen in de gaten dus het begin van L1 aan de antenne en einde uitlopers naar spijkertjes. Van daar naar het begin L2 en einde L2 aan aarde. Worden begin en eind omgewisseld dan zal er nauwelijks of geen ontvangst zijn. Afstemcondensator C2 is het liefst en micacondensator van 200pF, zoiets is best nog te verkrijgen of anders een afstemcondensator uit een oude sloopradio, maar die zijn meestal 500pF dus om de goede waarde te verkrijgen soldeer je in serie een C’tje van 330 pF en dat probleem is ook weer opgelost. Dan nog het kristal of de diode aansluiten, de aansluiting voor aarde en antenne maken en de koptelefoon aansluiten. Let er op de verbindingen zo kort mogelijk te houden.

Gebruik

En dan luisteren, zoals je ziet staan er in het schema S1 en S2, dit zijn geen gewone schakelaars doch aansluitsnoertjes met krokobekjes welke functioneren als schakelaars. Door te experimenteren met de uitlopers van de spoel en het meer of minder koppelen van spoel L2 met L3 moet er iets te horen zijn. Op de dag zijn het de sterke jongens zoals 538 of radio 10 gold, maar s’avonds en s’nachts is er “DX” en wil je het op huiskamersterkte neem een oude casette-recorder waarvan het versterker gedeelte het nog doet en sluit de massa op de aarde van de ontvanger aan en het signaal wat van de detector af komt op de loper van de volume potmeter via een koppel C’tje, resultaat verzekerd.

 

 

 


Geef een reactie